Skip to content
info@amvopleidingen.nl       T 085 888 4 888

Dekt het protocol familiemediation nog wel de lading?

AMV-Opleidingen

De maatschappelijke problematiek rondom (echt)scheiding is onverminderd groot. Dat bleek onder meer het rapport Scheiden zonder schade van André Rouvoet. Daarin worden voornamelijk manieren gezocht om het kind weerbaar te maken bij de scheiding van de ouders. Er staat ook in dat, vanuit verschillende disciplines gezien, het zogenaamde protocol familiemediation niet goed werkt

Een (echt)scheiding is en blijft een ingrijpende gebeurtenis, met veel nadelen voor de betrokkenen, maar ook voor de maatschappij. Kinderen lopen bijvoorbeeld regelmatig vast door een vechtscheiding, met psychologische gevolgen op latere leeftijd tot gevolg. Hiermee zijn kosten gemoeid, zoals voor de inzet van jeugdhulpverlening. Verder krijgen werkgevers bijvoorbeeld te maken met verzuim van werknemers, en kennen nieuwe samengestelde gezinnen hun eigen problematiek.
Het voorkomen van de schadelijke gevolgen van een (echt)scheiding zou de eerste prioriteit moeten zijn. Als partijen niet meteen naar de rechter zouden stappen maar eerst met een mediator zouden praten om die gevolgen te bespreken, dan zouden daarmee veel onnodige problemen kunnen worden voorkomen. De mediator komt echter vaak niet of pas later in beeld, als er al veel tijd is verstreken. Het conflict is dan vaak al geëscaleerd, met alle schade van dien.

Het beroepsprofiel van de familiemediator en het door de MfN opgestelde familieprotocol passen mijns inziens niet meer in deze tijd, waarin echtscheidingen zo prevalent zijn geworden. Ik denk dat er vier belangrijke problemen zijn met de huidige praktijk, die ik in deze bijdrage zal bespreken:

  • Het geldende familieprotocol is onvoldoende gericht op de maatschappelijke ontwikkelingen.
  • De opleidingen tot familiemediator zijn onvoldoende uniform geregeld.
  • De familiemediator mag onder de verwijsvoorziening niet de hele echtscheiding begeleiden, maar is beperkt door de mediationrichtlijnen vastgesteld door de MfN en de Raad voor Rechtbijstand.
  • Het beroepsprofiel van de familiemediator roept te veel vragen op, waardoor de scheidslijn tussen mediation en advisering heel dun wordt.

Gespecialiseerde familiemediators

In 2003 publiceerde de Raad voor Rechtsbijstand het onderzoek Ruimte voor mediation. Mediation werd in dit rapport gezien als een goed alternatief voor de te drukke rechtbank. Het zogenaamde ‘arbitragemodel’ van de rechtbank leidt echter vaak tot een andere uitslag dan die partijen onderschrijven.

Sinds mediation, als alternatief voor de rechtspraak, ook onder de verwijsvoorziening van de Raad voor Rechtsbijstand is gaan vallen, is gebleken dat mediation binnen personen- en familiezaken een specialisme is. Met name de scheidingsproblematiek vraagt om specifieke kennis en vaardigheden. Daarom ontstond in mei 2012 het idee om een protocol te ontwikkelen voor de accreditatie van trainingen en opleidingen van MfN-registermediators (destijds NMI). Het doel was de mediators daarna te kunnen kwalificeren als familiemediators die gezins- en familieleden professioneel begeleiden bij onderlinge problematiek.

Dat protocol heeft als vertrekpunt de definitie: ‘Mediation is een vorm van bemiddeling in conflicten, waarbij een neutrale bemiddelingsdeskundige (de mediator) de communicatie en onderhandelingen tussen de partijen begeleidt om vanuit hun werkelijke belangen tot een gezamenlijk gedragen en voor ieder van hen optimale besluitvorming te komen.’ Dit is ook de definitie die in het Handboek Mediation wordt gehanteerd, en dit handboek schrijft nog altijd voor dat de mediator zich niet met de inhoud van de oplossing mag bemoeien. Hij mag alleen het proces begeleiden.

Een familiemediator wordt in de praktijk echter gezien en ingehuurd als een dienstverlener die de consument van A tot Z ‘ontzorgt’ bij een (echt-)scheiding. Die rol strookt niet met de genoemde definitie. Advisering, hoe neutraal ook, mag volgens die definitie immers niet van een mediator worden verwacht. De gevolgen hiervan bespreek ik hierna.

Opleidingen onvoldoende uniform

De familiemediator die een geaccrediteerde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd krijgt een aantekening binnen het MfN-register, in aanvulling op zijn basisregistratie. Door deze aantekening kan hij in aanmerking komen voor de verwijsvoorziening van de Raad voor Rechtsbijstand (de toevoeging). De familiemediator dient vervolgens ten minste zeven mediations per jaar op het terrein van het personen- en familierecht te behandelen, en ten minste tien PE-punten (permanente educatie) te behalen op dit vakgebied.

Het is de bedoeling dat de opleiding tot familiemediator is toegesneden op het door de MfN opgestelde beroepsprofiel familiemediator. Dit beroepsprofiel komt hierna aan de orde.

In een geaccrediteerde opleiding wordt minimaal acht dagdelen aandacht besteed aan de psychologische en juridische kennis van de familieproblematiek. De overige trainingsdagen worden besteed aan de specifieke vaardigheden die met familiemediation te maken hebben. Dit zijn mediationvaardigheden en inhoudelijke vaardigheden, zoals alimentatieberekeningen en het opstellen van het ouderschapsplan en convenanten.

Opvallend is dat de MfN ervan uitgaat dat een training of opleiding het niveau van de basisopleiding mediation (lees MfN-protocol basisopleiding) ‘overstijgt’. Het is niet duidelijk wat daarmee precies wordt bedoeld. De MfN laat de opleider de ruimte om variatie en verscheidenheid binnen de eigen opleiding aan te brengen, al naar gelang de signatuur en de doelgroep van de betreffende training en/of opleiding. Een eindtoets is niet van toepassing. Dit wordt overgelaten aan de geaccrediteerde opleider. De kwaliteit van de opleiding wordt alleen eenmalig bij de accreditatie getoetst.

Anno 2019 zijn trainingen en/of opleidingen mijns inziens niet eenduidig ingericht. Dat leidt tot onduidelijkheid bij zich oriënterende deelnemers. Vaak wordt de suggestie gewekt dat, zodra een mediator de opleiding familiemediation heeft voltooid, hij een (echt)scheiding kan en mag regelen van begin tot het einde – waarmee de klant dus volledig wordt ‘ontzorgd’. Echter, de mediator is en blijft volgens de beroepsregels een mediator, geen scheidingsadviseur.

Daarnaast is de inhoud van sommige opleidingen voornamelijk gericht op de verwijsvoorziening van de Raad voor Rechtsbijstand en sluit deze niet aan op de behoeften van de consument. De vergoeding vanuit de verwijsvoorziening is immers gebaseerd op een mediation en niet op een volledige begeleiding, terwijl de consument daar vaak wel behoefte aan heeft. De familiemediator ontwikkelt zich steeds meer tot een deskundige die partijen goed moet kunnen informeren. Dit geeft niet alleen verwarring bij consumenten, het maakt de mediator ook vatbaar voor klachten.

Beperking door mediationrichtlijnen

Een familiemediator werkt volgens de MfN-reglementen en -gedragsregels. Het recht op de verwijsvoorziening van de Raad voor Rechtsbijstand is ook gebaseerd op dit reglement. De Vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS) heeft overigens een eigen reglement.

De vergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand is vastgesteld op basis van het vastgestelde familieprotocol (dat, zoals gezegd, alleen begeleiding van het proces voorschrijft, zonder bemoeienis met de inhoud). De vergoeding is zeer beperkt. Menig scheidingsbegeleider is niet in staat om met deze vergoeding een (echt)scheiding kwalitatief goed te regelen.

Een familiemediator zal onder de huidige gedragsregels in veel gevallen diverse ‘specialisten’ moeten inhuren tijdens de mediation. De consequenties van een echtscheiding moeten immers goed worden uitgezocht en geregeld. Zo kan degene die na de echtscheiding de eigen woning in bezit krijgt behoefte hebben aan een (specialistisch) hypotheek- of fiscaal advies. De mediator mag dit uitzoek- en regelwerk volgens de gedragsregels in principe niet zelf doen. Aan het inhuren van een specialist zijn uiteraard kosten verbonden. De kosten voor deze specialisten zullen ook moeten worden betaald. Er zijn al diverse klacht- en tuchtrechtprocedures geweest over het feit dat de aanvullende factuur van de specialist moet worden voldaan uit het (beperkte) bedrag van de toevoeging. Het is dus goed mogelijk dat er voor de mediator, na betaling van die extra facturen, bijna niets meer over is. De mediator die onder toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand werkt, mag hier geen andere afspraken over maken.

Dunne scheidslijn mediation en advisering

Een opleiding kan zich alleen accrediteren als zij opleidt tot het algemene, door de MfN opgestelde beroepsprofiel van de familiemediator. In het omschreven kennis- en opleidingsniveau en vaardigheden van de familiemediator speelt de term ‘basiskennis’ een centrale rol. Daaronder wordt verstaan dat de familiemediator voldoende kennis bezit om valkuilen te herkennen en tijdig naar een professionele derde te kunnen verwijzen. Een familiemediator is dus geen adviseur, maar een gespreksbegeleider met een signalerende functie. Hij is een generalist die over voldoende basiskennis beschikt op het gebied van psychologische, juridische, financiële en fiscale zaken.

Volgens dit beroepsprofiel zou de familiemediator onder meer het volgende moeten kunnen:

  • een eenvoudige vermogensopstelling maken, zowel in het kader van een gemeenschap van goederen als onder huwelijksvoorwaarden;
  • een eenvoudig overzicht maken van de kosten van levensonderhoud van de alimentatiegerechtigde ouder en van het/de alimentatiegerechtigde kind/kinderen ten behoeve van het globaal bepalen van de alimentatiebehoefte;
  • een eenvoudige alimentatieberekening maken van de alimentatieplichte volgens de gangbare Tremanorm ten behoeve van het globaal bepalen van de draagkracht.

Ook dit leidt tot veel vragen. Wat is een eenvoudige vermogensopstelling? Wat is een eenvoudig overzicht globaal bepaald op de behoefte? Bestaan er eenvoudige alimentatieberekeningen op basis van de Tremanorm en globaal bepaald op de draagkracht? Zelfs professionals die gespecialiseerd zijn op deze deelgebieden hebben vaak moeite de genoemde berekeningen objectief uit te voeren. Bovendien: worden de betrokken partijen wel serieus genomen met eenvoudige globaal gemaakte berekeningen gebaseerd op vastgestelde gemiddelden, of hebben zij juist baat bij maatwerk?

Bovendien is voornoemde opsomming van vereiste basiskennis in strijd met het genoemde beroepsprofiel en de beperkte definitie van mediation. Een familiemediator is en blijft volgens die regels immers een mediator en geen adviseur.

Sinds 2012 zijn er diverse ontwikkelingen geweest die het beroepsprofiel van de familiemediator hebben beïnvloed. De belangrijkste is mijns inziens de informatieplicht van de mediator, zoals die blijkt uit een aantal uitspraken van college van beroep van de SKM. Daarin wordt de bijzondere rol van de familiemediator benadrukt, die niet alleen de psychologische en emotionele kant van de (echt)scheiding betreft. De familiemediator dient partijen ook te informeren over de juridische, financiële en fiscale gevolgen.

Deze ontwikkelingen veranderen de rol van familiemediator volledig, aangezien:

  • het kennisniveau van de mediator hoger moet zijn: van basiskennis naar kennis van zaken;
  • de scheidslijn tussen advies en begeleiding heel dun is;
  • de informatieplicht de kans op het maken van fouten door de mediator vergroot, waardoor de risico’s rondom de beroepsaansprakelijkheid toenemen;
  • het inschakelen van andere professionals noodzaak is geworden.

Hoe nu verder?

Om op deze ontwikkelingen in te spelen is het tijd om het familieprotocol, en daarmee het opleidingsprotocol en het beroepsprofiel van de familiemediator, aan te passen. Er moet een keuze worden gemaakt omtrent de rol en verantwoordelijkheden van de familiemediators. De vraag moet worden gesteld of het het überhaupt gewenst is om een familiemediator, in deze vorm, waarin de mediator louter optreedt als procesbegeleider (en niet als conflicthanteerder) te betrekken bij een (echt)scheiding.

Twee mogelijke oplossingsrichtingen zijn mijns inziens: het aanpassen van het huidige protocol van de familiemediator, of het ontwikkelen van de rol van een gespecialiseerde generalist met mediationvaardigheden.

Aangepast protocol voor familiemediator

Een nieuw protocol zou duidelijke kaders voor familiemediators moeten bieden. Hierin zou geen ruis meer mogen zijn omtrent de eisen aan het maken van berekeningen en andere adviesvaardigheden. Als er voor wordt gekozen dat het niet de taak van een familiemediator is om adviezen te geven en berekeningen te verzorgen, is het de vraag of deze oplossing aansluit bij de markt van (echt)scheiding.

Aandacht voor het relatievraagstuk dat binnen een (echt)scheiding speelt zou, als het protocol gehandhaaft blijft, een groter aandeel moeten krijgen in het beroepsprofiel en opleidingsaanbod.

Gespecialiseerde generalist

Gezien de specifieke problematiek rondom (echt-)scheidingen en de gevolgen daarvan, lijkt de bredere inzet van een ‘gespecialiseerde generalist’ een oplossing die aansluit bij de markt. Deze specialisten zijn nu al werkzaam. Deze specialist, die geen mediator is maar wel over mediationvaardigheden beschikt, kan in de (echt)scheidingsproblematiek neutrale adviezen geven die in het belang zijn van alle betrokkenen. Daarnaast kan deze generalist, afhankelijk van de complexiteit van de situatie, in contact treden met andere specialisten, waaronder ook de zorginstanties. Deze gespecialiseerde generalist valt echter niet onder de verwijsvoorziening omdat het mediationreglement niet geldig is – daar is de dienstverlening van deze professional te uitgebreid voor. Die gaat het huidige familieprotocol te buiten. Verder zal deze specialist andere afspraken (dan datgene dat nu in het mediationreglement staat) moeten maken met de klant, onder meer vanwege de aansprakelijkheidsrisico’s die voortvloeien uit zijn advisering.

Daarbij moeten de relationele aspecten centraal staan binnen het proces. Pas als de emotionele kant van de echtscheiding aan de orde is geweest kan op een zakelijke manier tot goede oplossingen worden gekomen. Die worden vervolgens op juridische wijze duurzaam vastgelegd.

Kortom, verandering is noodzakelijk. Binnen de scheidingsproblematiek dient meer aandacht te zijn voor de relatie, het ouderschap en de preventieve werking, zodat problemen na scheiding worden voorkomen dan wel worden verminderd. Laten we, als professionals en opleiders, het gesprek over de adviserende of informerende rol van de mediator marktoverstijgend opengooien en ervoor zorgen dat we de wereld voor, tijdens en na scheiding helpen een stukje mooier te maken.

× Heb je een vraag? WhatsApp met ons Available from 09:00 to 21:00